Spaarloonregeling en levensloop maken plaats voor vitaliteitsregeling

De levensloop- en spaarloonregeling worden geïntegreerd in de vitaliteitsregeling. Deze regeling moet eraan bijdragen dat de oudere werknemer op een gezonde manier, langer en productiever aan het werk kan blijven.

Het spaartegoed van de vitaliteitsregeling kunnen werknemers inzetten om scholing te betalen of periodes te overbruggen waarin ze zonder loon zitten. Het kan dan om onbetaald verlof gaan of een periode tussen twee banen in. De regeling dient tevens ter ondersteuning van zorgtaken,  het opzetten van eigen bedrijf, demotie of deeltijdpensioen.  Het spaartegoed kan niet worden gebruikt voor vervroegd uitreden. En dat is wel wat veel medewerkers die deelnemen aan de levensloopregeling voor ogen hadden.

 

Spaarloonregeling

Vanaf 1 januari 2012 kan niet meer worden ingelegd op spaarloon Het gespaarde bedrag dat in de afgelopen jaren is opgebouwd blijft onder het oude fiscale regiem vallen. Concreet betekent dit dat de komende jaren het opgebouwde spaarloon jaarlijks gedeeltelijk wordt vrijgegeven. Na vier jaar is al het spaarloon vrijgegeven en wordt de regeling definitief opgeheven.

Het gespaarde bedrag mag in januari in één keer opgenomen worden, maar dat hoeft niet. Je kunt het uiterlijk tot 2016 laten staan laten tegen de rente van de bank waar het spaarloon wordt gedeponeerd. Ieder jaar wordt dan een deel uitgekeerd.


Levensloopregeling

Voor de levensloopregeling komt een overgangsregeling. Het is nog niet bekend hoe deze overgangsregeling wordt vormgegeven. Daarover wordt meer bekend op Prinsjesdag 2011.

 

Vitaliteitsregeling

De vitaliteitsregeling is één van die maatregelen die het kabinet met het “Vitaliteitspakket” voorstelt. Met dit pakket wil het kabinet “duurzame inzetbaarheid stimuleren en de kaders scheppen waarbinnen bedrijven, instellingen en werkenden aan de slag kunnen gaan”.  Het kabinet wil het Vitaliteitspakket vormgeven langs drie beleidslijnen:

  1. Doorwerken; financiële prikkel voor werknemers en werkgeversbonus als zijn medewerkers uit de doelgroep in dienst nemen en/of houden.
  2. Mobiliteit; meer ouderen aan het werk (introductie mobiliteitsbonussen voor werkgevers voor het aannemen van oudere uitkeringsgerechtigden en voor werknemers vanaf 55 jaar en ouder.
  3. Loopbaanfaciliteiten; fiscale aftrek scholingsactiviteiten, een van-werk-naar-werk budget en een “spaarregeling voor een financiele buffer waarmee o.a. perioden van inkomensachteruitgang kunnen worden gefinancierd (bijvoorbeeld het overbruggen van perioden tussen twee banen) – ofwel de vitaliteitsregeling).

Met sociale partners is overeengekomen dat er afspraken worden gemaakt over duurzame inzetbaarheid in CAO’s. Het kabinet zal met de sociale partners in gesprek blijven over de voortgang en nadere uitwerking van maatregelen. Zoals het nu in de planning ligt, wordt de regeling per 2013 ingevoerd maar het fnv is het vooralsnog niet eens met de plannen die het kabinet heeft. Wordt vervolgd…

Comments are closed.